‘Het keurmerk is geen doel, maar een middel om het goede gesprek te voeren’

CKV Spirit uit Voorthuizen ontving onlangs als eerste vereniging in de regio De Vallei het certificaat Veilig Sporten. Wethouder Sport & Bewegen Daan de Vries en Jacco Peelen van Stichting Connect reikten het certificaat en het bijbehorende keurmerk uit. Het certificaat maakt deel uit van de regionale campagne ‘Samen Veilig Sporten in De Vallei’. Wat moet het keurmerk opleveren? En hoe zorgen we ervoor dat sociale veiligheid niet alleen op papier goed geregeld is, maar ook onderdeel wordt van de cultuur binnen een vereniging? We gingen het gesprek aan met de wethouder en Jacco Peelen.

Waarom is deze regionale aanpak nodig?
Daan de Vries: “Sociale veiligheid is een onderwerp dat leeft. Veel verenigingen zijn er al mee bezig en vinden het belangrijk om stappen te zetten. Een keurmerk helpt om dat concreet te maken. Je geeft verenigingen duidelijke handvatten om de sportomgeving veiliger te maken. Pestgedrag en fysieke of seksuele intimidatie zijn niet acceptabel. Als vereniging heb je een belangrijke rol om ervoor te zorgen dat mensen prettig en veilig kunnen sporten en bewegen. Daarbij kunnen gemeenten en sportbedrijven helpen.”

Jacco Peelen: “We hebben in deze regio een gezamenlijke ambitie: inwoners in een veilige omgeving laten bewegen en sporten. Daarom hebben we ervoor gekozen om dit niet als afzonderlijke gemeenten en sportbedrijven aan te pakken, maar juist gezamenlijk. Door kennis en krachten te bundelen, kunnen we verenigingen beter ondersteunen. De GSF heeft daarbij een belangrijke rol. Met de kennis en ervaring die de GSF heeft op het gebied van sport en sociale veiligheid, kunnen we de aanpak regionaal ondersteunen en verder uitrollen. Zo versterken de gemeenten, sportbedrijven en de GSF elkaar.”

CKV Spirit is de eerste vereniging met het certificaat. Wat zegt dat over de regio?
Daan: “Veel verenigingen zijn hier al mee bezig. Het staat bij veel besturen op de agenda en er worden gesprekken over gevoerd. Het certificaat kan daar een extra boost aan geven. Het maakt ook concreter wat je kunt doen. Het zou mooi zijn als verenigingen bij elkaar gaan kijken: hoe hebben jullie dit aangepakt? Wat werkt? Als een andere vereniging daarmee aan de slag is gegaan, kan dat inspireren om zelf ook een volgende stap te zetten.” Jacco vult aan: “We merken inmiddels dat verenigingen naar aanleiding van de campagne contact met ons opnemen. Dat is mooi. Het gaat er niet om dat iedereen zo snel mogelijk een bordje aan de muur heeft, maar dat verenigingen van elkaar leren. Dat werkt vaak goed als bestuurders hun ervaringen delen. Daarom willen we daar ook ruimte voor creëren, bijvoorbeeld tijdens het Sportcafé. Een voorzitter die uit eigen ervaring vertelt wat een aanpak heeft opgeleverd, kan andere bestuurders inspireren.”

Hier kunnen we elkaar aanspreken op wenselijk gedrag. Dat moet uiteindelijk de nieuwe norm worden

Zijn de vier V’s voldoende voor een sociaal veilige vereniging?
Jacco: “Nee. Het zou naïef zijn om te denken dat alles automatisch goed geregeld is als je een vertrouwenscontactpersoon hebt of als iedereen een VOG heeft. Die onderdelen zijn belangrijk, maar daarmee ben je er niet. Het begint met een goede structuur binnen de vereniging. Je moet duidelijke gedragsregels hebben, een vertrouwenscontactpersoon en aandacht voor de deskundigheid van trainers en coaches. Maar vervolgens moet je ook het gesprek voeren over de cultuur. Wat vinden wij wenselijk gedrag? Hoe spreken we elkaar daarop aan?”

Wat betekent het keurmerk voor sporters en ouders?
Daan: “Als ik als inwoner een sportkantine binnenloop en ik zie zo’n bord hangen, zou ik denken: dit is een vereniging die bewust bezig is met een veilige sportomgeving. Als ouder wil je weten dat je je kind ergens met een gerust hart naartoe kunt brengen. Dat de vereniging weet wat er speelt en wat nodig is om een veilige basis te bieden. Het keurmerk laat zien dat een vereniging daar serieus werk van maakt. Natuurlijk vertelt zo’n bord niet het hele verhaal. Maar het geeft wel aan dat er een structuur is en dat de vereniging bewust aandacht heeft voor sociale veiligheid.”

Het gaat dus uiteindelijk om meer dan het bordje aan de muur?
Jacco: “Precies. We noemen het een keurmerk, maar eigenlijk gaat het om wat erachter zit. De structuur die je met elkaar neerzet, is een aanleiding om het gesprek over de cultuur binnen de vereniging te voeren. Als een lid binnenkomt, wil je dat diegene merkt: hier voel ik me welkom. Hier kunnen we elkaar aanspreken op wenselijk gedrag. Dat moet uiteindelijk de nieuwe norm worden.”

Wat is de volgende stap?
Jacco: “Het keurmerk is geen doel op zich. Het is een middel om bewustwording te creëren, het gesprek te voeren en verenigingen verder te helpen. We zijn daar al langer mee bezig; dit is een volgende stap om het concreter te maken. We hopen vooral dat verenigingen elkaar gaan inspireren en ondersteunen. Het is veel krachtiger als bestuurders tegen elkaar zeggen: ‘Dit hebben wij gedaan en dit heeft ons geholpen.’”

Daan: “Sociale veiligheid hoort wat mij betreft net zo goed bij het bestuur op de agenda als financiën, ledenbehoud en ledenwerving. Het is geen los onderwerp. Het is een randvoorwaarde om prettig en veilig te kunnen sporten en bewegen. En dat geldt voor iedereen: leden, vrijwilligers, trainers én bestuurders. Iedereen moet plezier kunnen hebben in de sport.”

Het keurmerk is geen doel op zich. Het is een middel om bewustwording te creëren, het gesprek te voeren en verenigingen verder te helpen


De vier V’s van Veilig Sporten van NOC*NSF

  • Vastgestelde gedragscode: duidelijke afspraken over gewenst en ongewenst gedrag.
  • Vertrouwenscontactpersoon: een aanspreekpunt binnen de vereniging voor vragen en zorgen rond sociale veiligheid.
  • Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG): een belangrijk onderdeel van een veilige sportomgeving.
  • Vakkundige trainers en coaches: deskundige begeleiding waarbij veiligheid en verantwoord sporten centraal staan.

Het certificaat maakt deel uit van de regionale campagne ‘Samen Veilig Sporten in De Vallei’, waarin gemeenten en sportorganisaties samenwerken aan een sociaal veilige sportomgeving.