Wet Werk en Zekerheid Sportverenigingen

Door de Wet Werk en Zekerheid is op 1 juli 2015 de kantonrechtersformule afgeschaft en wordt deze vervangen door de zogeheten transitievergoeding.
Wet Werk en Zekerheid Sportverenigingen

De transitievergoeding dient als compensatie voor ontslag en moet de overgang naar een andere baan gemakkelijker maken. Een werknemer is niet verplicht deze transitievergoeding aan te wenden voor bijvoorbeeld scholing of begeleiding van werk naar werk, en de transitievergoeding kan niet uitgesloten worden in de arbeidsovereenkomst.

Wanneer recht?

Een trainer heeft recht op de vergoeding wanneer de arbeidsovereenkomst:

Beëindigd wordt op of na 1 juli 2015;
• Een minimale duur heeft van 24 maanden;
• Door de sportvereniging is opgezegd;
• Op initiatief van de vereniging door de kantonrechter is ontbonden;
• Wanneer de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet door de vereniging wordt verlengd;
• Beëindigd wordt als gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de vereniging en daardoor door de trainer is opgezegd of verzocht is te ontbinden.

Ook wanneer de arbeidsovereenkomst na twee jaar ziekte wordt opgezegd door de vereniging, heeft de langdurig zieke trainer recht op een transitievergoeding.


Wanneer geen recht?

Een trainer heeft geen recht op de vergoeding wanneer de arbeidsovereenkomst:

• Eindigt of niet wordt voorgezet nadat hij of zij de AOW-gerechtigde leeftijd of een hogere of lagere overeengekomen pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt;
• Beëindigd wordt als gevolg van ernstig verwijtbaar handelen van de trainer (diefstal, ontslag op staande voet);
• Met wederzijds goedvinden beëindigd wordt;
• Bij faillissement of surseance van betaling van de sportvereniging;
• Indien de trainer korter dan 2 jaar in dienst is;
• Wanneer de beëindigingsdatum van de arbeidsovereenkomst ligt voor het bereiken van de 18-jarige leeftijd en de trainer ten hoogste 12 uur per week heeft gewerkt;
• Er een afwijkende regeling is in de van toepassing zijnde cao.


De hoogte

De transitievergoeding bedraagt de eerste 10 jaar 1/3 maandsalaris per dienstjaar en daarna 1/2 maandsalaris per dienstjaar. De transitievergoeding bedraagt maximaal 75.000 euro bruto of één jaarsalaris wanneer dat hoger is dan 75.000 euro bruto.

Voor trainers die bij het einde van het dienstverband 50 jaar of ouder zijn, terwijl hun dienstverband tenminste 10 jaar heeft geduurd, geldt tot 1 januari 2020 een overgangsregeling. Zij ontvangen één maandsalaris bruto voor ieder jaar dat ze na het bereiken van de leeftijd van 50 jaar bij de vereniging in dienst zijn geweest. Deze regeling geldt niet voor sportverenigingen met minder dan 25 werknemers.

Berekenen dienstjaren

Voor het bepalen van de duur van de arbeidsovereenkomst moet de duur van de opvolgende arbeidsovereenkomsten samengeteld worden. Arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd die elkaar binnen zes maanden opvolgen worden opgeteld. De tussenpozen tellen niet mee voor de berekening van de duur van het dienstverband en de hoogte van de transitievergoeding.


Kleine werkgevers

Voor kleine organisaties (met minder dan 25 werknemers) die om bedrijfseconomische redenen de arbeidsovereenkomst willen beëindigen geldt tot 1 januari 2020 nog een uitzondering. Om in aanmerking te komen voor deze uitzondering moet er sprake zijn van zeer ernstige financiële problemen bij uw sportvereniging. U kunt hiervoor een Verklaring financiële situatie aanvragen bij het UWV.


Loonbegrip

Voor de transitievergoeding geldt hetzelfde loonbegrip als bij bepaling van de Kantonrechtersformule (de zogenaamde b-factor). Dit omvat:

• Brutoloon
• 8% vakantietoeslag
• Eindejaarsuitkering en/of 13e maand
• Bonussen


Kosten in mindering?

Er mogen op grond van art. 7:673 lid 3 BW drie soorten kosten in mindering gebracht, namelijk:

• De transitiekosten: dit zijn kosten die een vereniging heeft gemaakt bij dreigend ontslag om werkloosheid te voorkomen of om deze periode zo kort mogelijk te laten duren, zoals outplacement;
• De inzetbaarheidskosten: dit zijn kosten die een vereniging tijdens het dienstverband heeft gemaakt om de trainer te ontwikkelen en op te leiden, met als doel zijn brede inzetbaarheid te bevorderen. Deze kosten mogen geen directe relatie hebben met de functie of gericht zijn op duurzame inzetbaarheid binnen de sportvereniging, maar moeten de toekomstige arbeidsmarktpositie van de trainer (buiten de organisatie) verbeteren. Zoals bijvoorbeeld een talencursus.
• De loonkosten die gemaakt zijn tijdens een verlengde opzegtermijn, mits de trainer gedurende die extra opzegtermijn volledig vrijgesteld is van arbeid.

Zowel transitie-als inzetbaarheidskosten kunnen alleen in mindering worden gebracht wanneer ze gemaakt zijn in de vijf jaar voor de beëindigingsdatum èn als de vereniging en trainer over het in mindering brengen vooraf schriftelijk overeenstemming hebben bereikt.


CAO Sportvereniging

In de CAO kunnen afspraken gemaakt worden over het in mindering brengen van kosten op de transitievergoeding. Hierover hoeven de trainer en vereniging dan geen overeenstemming te bereiken.

Zo zijn de CAO-partners van de CAO Sportverenigingen overeengekomen dat scholingskosten die gericht zijn op het verbeteren van de arbeidsmarktpositie van de trainer/coach, met inbegrip van kosten met betrekking sport specifieke opleidingen, afgetrokken mogen worden van de transitievergoeding.

Dit artikel is geschreven door Stichting Sportkader Nederland, al ruim dertig jaar de ondersteuner van werkgeverschap bij sportverenigingen