B-Fit

Het programma B-Fit is gericht op het verwerven en behouden van een actieve en gezonde leefstijl en wordt aangeboden via het basisonderwijs, kinderopvanginstellingen, peuterspeelzalen en het voortgezet onderwijs. Hierbij worden alle kinderen (van 2 tot 15 jaar) inclusief hun sociale omgeving (zoals ouders en leerkrachten) als deelnemer aan het project gezien. Het uitgebreide programma richt zich op beweging, maar ook op informatie over voedingen inactiviteit zoals computeren.

Aanleiding

In de laatste decennia is het aantal kinderen dat overgewicht heeft verdubbeld. Eén op de zes Nederlandsekinderen is te dik en deze stijgende tendens blijft bestaan. De Gelderse Sport Federatie heeft om overgewicht tegen te gaan het programma B-Fit ontwikkeld.

B-Fit laat kinderen, ouders en docenten op een unieke manier kennismaken met gezond leven, bewegen en voeding. Dit gebeurt in samenwerking met lokale- en regionale partners, zoals sportaanbieders en GGD’en. Kinderen worden ervan bewust gemaakt dat fit zijn niet alleen goed voor je is, maar dat het vooral ook leuk is om mee bezig te zijn. B-Fit beïnvloedt het gedrag door de factoren kennis, eigen effectiviteit en houding aan te pakken binnen één totaalprogramma met begeleiding van een B-Fit coach.

Doelstelling

Het doel van het programma is het voorkomen en stabiliseren van de groei van overgewicht onder jeugd en jongeren in de leeftijd van 2 tot en met 15 gedurende twee tot drie jaar. Het effectieve programma levert een bijdrage aan de gezondheid van kinderen. Kinderen leren op school een gezonder leefpatroon aan, waarbij ook de sociale omgeving van het kind, zoals de leerkrachten en de ouders bij het programma worden betrokken. Met B-fit wordt structureel aandacht besteed aan gezondheid.

Doelgroepen

B-Fit wordt uitgevoerd op peuterspeelzalen, kinderopvanginstellingen, basisscholen en voortgezet onderwijs. De primaire doelgroep van het project B-Fit bestaat uit jeugd en jongeren in de leeftijd van 2 tot en met 15 jaar. Daarnaast worden ook ouders pedagogisch medewerkers, groepsleerkrachten, docenten en directie nauw betrokken.